logoFoto tuinLogo tuin
De uil van Minerva vliegt pas uit bij het invallen van de duisternis


Deze uitspraak komt van de zeer bekende en invloedrijke Duitse filosoof Hegel (1770-1831), meer bepaald uit het voorwoord tot zijn boek over de Filosofie van het recht.

Hegel wil zeggen dat de filosofen een bepaalde tijdsperiode pas ten volle begrijpen als die periode haar einde nabij is.
Filosofie kan daarom de mens geen raad geven wat hij moet doen, ze helpt de mens enkel de zaken begrijpen als ze achter de rug zijn:

Nog een opmerking over het geven van richtlijnen aangaande hoe de wereld er zou moeten uitzien. Filosofie verschijnt in elk geval te laat op het toneel. [...] Wanneer de filosofie haar doek schildert, dan is reeds een bepaalde gestalte van het leven oud geworden, en met het schilderij laat zij zich niet verjongen, maar wel kennen. De uil van Minerva vliegt slecht uit bij het invallen van de duisternis.

Deze visie sluit aan bij de "idealistische" basisgedachte van Hegel: de ontwikkeling van de geschiedenis is in feite niets anders dan een Absolute Geest die langzaam van zichzelf bewust wordt en het volledige zelfbewustzijn pas bereikt in de filosofie van Hegel zelf. Met de filosofie van Hegel heeft de geschiedenis dan ook haar eindpunt bereikt en zal ze niet meer evolueren (de duisternis valt in en de wijsheid komt naar buiten in de boeken van Hegel).
Een gevolg is dat ook de politieke structuren en het rechtssysteem uit de tijd van Hegel hun meest ontwikkelde en dus perfecte vorm hebben bereikt en dus niet meer zullen veranderen. In feite geeft Hegel toch een richtlijn (het bestaande is goed en moet behouden blijven), maar presenteert die als een vaststaand feit i.p.v. als voorschrift.


De uitspraak van Hegel kan ook als volgt geïnterpreteerd worden: mensen verwerven pas wijsheid op het einde van hun leven.

Dit is een veel voorkomende gedachte: een mens wordt pas wijs door ervaring en dus pas op late leeftijd. Dit is echter een gedachte die niet goed past bij filosofie.
De meeste filosofen menen dat je wijsheid kan verwerven door na te denken. Ervaring kan mischien helpen, maar het voornaamste is te redeneren en argumenteren en dat kan ook op jonge leeftijd.
Misschien is zelfs het omgekeerde waar en kunnen jonge mensen beter filosoferen dan ouderen, omdat de jongeren minder vastgeroest zijn in oude gewoonten en overtuigingen.

De Griekse filosoof Epicurus meende dat de leeftijd er niet toe doet:

Laat niemand wanneer hij jong is het beoefenen van de filosofie uitstellen, en laat ook niemand wanneer hij oud is het filosoferen moe zijn.
Wie beweert dat de tijd om te filosoferen nog niet is aangebroken, of dat deze tijd al achter hem ligt, is als iemand die zegt dat het nog geen tijd is voor geluk of dat die tijd al voorbij is
. (begin van de Brief aan Menoikeus, 122)